GESCHIEDENIS VAN DE VLAAMSE CLARISSENKLOOSTERS

Ermentrudis, een Keulse jonkvrouw, die als begijn te Brugge leeft, sticht nog tijdens het leven van de H.Clara een clarissenklooster in deze stad. In 1260 krijgt ze van paus Alexander IV de toelating om na Brugge nog tien andere clarissenkloosters op te richten in Vlaanderen, Frankrijk en Duitsland. Zo ontstaan in onze streken Langemarkt, Ieper, Gentbrugge, Werken dat verhuist naar Petegem en St. Omaars. Van deze kloosters is Petegem, ook Beaulieu genoemd, veruit het meest bekende. Tot op vandaag zijn nog enkele resten te bezichtigen: het gastenkwartier met klein rondeel, het kapelaansgebouw en het poorthuis.

In 1345 wordt vanuit Keulen en Neuss een clarissenklooster gesticht te Brussel. Dit clarissenklooster heeft grote invloed binnen de religieuze wereld en de burgerij van de stad. Tot op vandaag bestaan nog het kerkgebouw en de gebouwen van bakkerij en brouwerij. In 2000 waren de restauratiewerken, door de stad Brussel ondernomen, voltooid en worden algemeen betiteld als de mooist geslaagde renovatie van de stad. Alleen het interieur van het kerkgebouw, in 1989 volledig door brand verwoest, is nog aan restauratie toe.

Vóór 1263 volgen deze kloosters de Regel van paus Innocentius IV die hij in 1247 aan de H. Clara oplegt. De Regel, die de H.Clara zelf schrijft, wordt door Innocentius IV pas goedgekeurd in 1253. Zo ontstaat er een zeer complexe situatie. De ongeveer 130 kloosters, die na de dood van Clara haar leven navolgen, onderhouden of de Regel van Innocentius IV of de Regel van de H.Clara.
Om aan deze juridische onduidelijkheid een einde te maken schrijft paus Urbanus IV in 1263 een nieuwe Regel voor de clarissen.. In zijn Regel schrapt hij echter de meest fundamentele peilers van de clarissenspiritualiteit nl. het verbod bezit te hebben buiten de omheining van het klooster en de curia pastoralis van de clarissen door de minderbroeders. Dit brengt mee dat, niettegenstaande het aandringen van opeenvolgende pausen om de Regel van Urbanus IV aan te nemen, heel wat clarissenkloosters de Regel van de H.Clara blijven onderhouden.
Dit is de sleutel tot de twee verschillende ‘soorten’ clarissen. De Arme Klaren onderhouden de Regel van Clara (of Eerste regel) en de Rijke Klaren, de Regel van Urbanus (of Tweede Regel), die hen toelaat te leven van hun bezittingen.
Deze eerste kloosters zijn in onze streken blijven bestaan tot aan de afschaffing van keizer Jozef II , einde XVIII eeuw.

De clarissenkloosters die vanaf de XVde eeuw in Vlaanderen ontstaan zijn geen stichtingen meer vanuit de groep van Ermertrudis.

Nu ontstaan ze door vrome juffrouwen, die gesteund worden door de plaatselijke minderbroeders en financieel geholpen door adellijke personen. Zo komt in 1455 Antwerpen tot stand, in 1494 Hoogstraten, in 1501 Mechelen en in 1513 Leuven.

 

Clarissenklooster te Antwerpen in de XV de eeuw

Clara op de frontispice van de Leu-druk
van het Leven van Clara. Antwerpen,
Gheraert Leu, 28 juni 1491

Allen worden door de respectievelijke pauselijke stichtingsbullen verplicht voor de vorming aan te leunen bij het clarissenklooster van Trier (Urbanisten). Maar onder de invloed van de plaatselijke minderbroeders-observanten, die de oorspronkelijke Regel van Franciscus zijn toegedaan, aanvaarden Antwerpen en Mechelen de Regel van de H.Clara, Hoogstraten en Leuven, integendeel blijven die van Urbanus getrouw!
Al deze kloosters verdwijnen tijdens de Franse Revolutie. Maar het ranke kapelgebouw van het Mechelse klooster verrijst nog langs de Melaan tussen de gebouwen van het Scheppersinstituut. De ruïnes van het Leuvense klooster liggen gedeeltelijk onder het Ladeuzeplein en werden nog eens blootgelegd bij het uitgraven van de ondergrondse parking in 1988.

 

Onder het impuls van zr. Coleta Boëllet komt in dezelfde eeuw binnen de clarissenorde in Bourgondië een opvallende terugkeer naar de Regel van Clara tot stand. Door de tegenpaus van Avignon, Benedictus XIII, aangesteld tot hervormster van de clarissenorde, sticht zij vele nieuwe kloosters, o.a. ook te Gent in 1442. Om aan het naleven van de Regel van de H.Clara een juridisch statuut te geven ontwerpt zr. Coleta Constituties, die door paus Eugenius IV in 1434 zijn goedgekeurd. In 1447 sterft zr. Coleta te Gent. Na haar dood zet haar clarissenklooster van Gent de geplande stichtingen verder waaronder in 1479 te Brugge. Veel later komt in 1628 ook Doornik tot stand. De clarissenkloosters van deze observantie worden voortaan "Clarissen-Coletinen" genoemd. Zr. Coleta wordt pas in 1807 heilig verklaard.

In een volgende periode worden heel wat kloosters van Grauwzusters, die tot de Reguliere Tertiarissen van de Franciscaanse Orde behoren, door minderbroeders-recoletten hervormd tot clarissenkloosters. Slechts twee ervan hebben hun sporen in de geschiedenis nagelaten. In 1631 ontstaat vanuit de Grauwzusters te Geraardsbergen een Rijke Klaren klooster, dat spoedig naar Gent verhuist en waarvan de gebouwen na de Franse Revolutie aangekocht zijn door de minderbroeders-franciscanen.

Het ander bekend gebleven klooster is dat van Brussel. In 1501 treden de Grauwzusters toe tot de clarissentak van de Coletinen. Een Bulle van paus Alexander VI bevestigt deze overgang. Maar het is vooral door het intreden van het nichtje Anna van de grote Vondel dat dit klooster zijn bekendheid verwerft. Vondel had een grote affiniteit met de tedere, sterke en aanlokkelijke figuur van Clara en schreef een gedichten-cyclus voor zijn nicht claris.
Het begint met de "Lofzang op S.Clara" gevolgd door de "Lofzang van S. Agnes" en eindigt met een lovende verwijzing naar S.Franciscus en S. Clara in de "Maagdenpalm voor Margarite Kuilis". Ook zijn epos over Johannes de Doper draagt hij in 1672 op aan zijn nichtje, zuster Anna.
Het Brusselse Coletinen klooster wordt na de Franse Revolutie herhaaldelijk verkocht tot het in 2002 aan een zekere renovatie toe is. Verscholen achter het Alhambra aan het Brouckèreplein krijgt het eindelijk de nodige aandacht vanwege de stedenbouwcommissie. Pronkstuk van het klooster is een brandglasraam en verder zijn er nog de bepleisterde dwarsbalken en de witte draagstenen tot op heden bewaard gebleven.

Na de onafhankelijkheid van België in 1830 kent de tak van de clarissen-coletinen in Vlaanderen een grote bloei. Twee coletinen kloosters, Brugge en Gent, wisten door het stichten van een kleuterschooltje clandestien te overleven tijdens de woelige perioden van de Oostenrijkse, Franse en Nederlandse overheersing.

De Stichtingen vanuit Gent:

1) Mechelen in 1835-1966.
In Mechelen sluit de enig overlevende claris van het vorige clarissenklooster opnieuw aan bij de pas aangekomen communiteit. Ze nemen hun intrek in een barok-breedhuis ‘Hotel van der Gracht de Rommerswael’ gelegen in de Goswin De Stassartstraat en verbouwen het tot een clarissenklooster. Na de sluiting in 1966 krijgt het pand een nieuwe bestemming als bejaardentehuis. Het geklasseerde gebouw heeft door de renovatie in 2001 zijn oude glorie herwonnen.

Mechelen sticht:
a) Sint-Truiden in 1850
Het klooster van Sint-Truiden geeft in 2001 een verantwoorde monografie uit. En komt in 2003 in de media door het borduurwerk van de stadslogo voor de astronautenvlucht van De Winne!
b) Turnhout in 1875
Turnhout ontwikkelt zich tot een klooster gespecialiseerd in de kleinkunst van wassen beeldjes. Hun deelname aan de internationale tentoonstelling van Krippana in Duitsland is uithangbord voor degelijk en fijn werk.

2) Sint-Niklaas in 1838
Sint-Niklaas komt in de kijker door de uitgave in 1998 van een album bij hun 150 jarige aanwezigheid in de stad. Maar vooral door het hedendaagse verbouwen van hun klooster tot een oord waar het goed is voor oudere zusters!

Sint-Niklaas sticht
Lokeren in 1870
Aan het ontstaan van dit klooster staat gravin Marie Vilain XII
Dit is het enige Vlaamse klooster dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door een bombardement totaal wordt verwoest.

3) Geraardsbergen in 1841-2002
Ook Geraardsbergen heeft zijn eigen korte geschiedenis geschreven door P.Marcel en J.Van Kerckhoven. Het klooster wordt gesloten in 2002.

4) Dendermonde in 1841-1985
Dit klooster wordt in de Eerste Wereldoorlog plat gebombardeerd. Er zijn slachtoffers. De zusters vluchten en komen in 1918 terug. Ze leven in houten barakken tot aan de wederopbouw in 1923.
In 2002 wordt het klooster gesloten. De gebouwen worden verkocht aan de Zusters van Vincentius, die het zelf betrekken

5) Tongeren in 1845
In 1970 wordt het oude kloostergebouw geruild voor een nieuw en modern complex op "de Motten".

Tongeren sticht:
Roeselare in 1867
Drie Vlaamse literatoren komen er langs. Hugo Verriest draagt in hun pas gewijde kapel de eerste mis op. Albrecht Rodenbach wijdt aan dit klooster een gedicht: "‘k Kwam gewandeld gansch alleene..."Guide Gezelle dicht: "De wereld was te kleen voor ‘t hart" voor het gouden kloosterjubileum van zr. Lucie de Schietere de Kerckhove.
Roeselare sticht
a) Boom in 1899
Dit klooster werd speciaal gesticht als biddende gemeenschap te midden van de uitgesproken socialistische omgeving van de steenbakkerijen
b) Hasselt in 1911- 2004
De laatste jaren worden enkele lokalen vrijgemaakt en in gebruik genomen door het V.O.W. (Vlaams overleg voor Woonwagenwerk).
Hasselt sticht
Genk in 1930
Dit klooster leeft te midden van de rijkgevarieerde bevolking, gevolg van de ontginning van de koolputten.

Stichtingen vanuit Brugge:

1) Antwerpen in 1834
Tijdens de eerste wereldoorlog wordt door een bominslag hun kapel totaal verwoest. In de Tweede wereldoorlog brachten de V-bommen veel schade toe.
Naar een zinsnede uit de radiotoespraak van paus Pius XII: "De arbeid maakt deel uit van het contemplatieve leven"...organiseren ze in 1961 een tentoonstelling over de werken van de clarissenkloosters over heel de wereld. In 1972 verhuist de gemeenschap naar een nieuwe woonst te midden van het bosrijke Stabroek.

2) Lier in1836
In de Eerste Wereldoorlog brandt dit klooster door een bombardement volledig af. Pas in 1923 kunnen ze hun herbouwd klooster terug betrekken. In 1990 verkopen ze hun klooster aan de Gasthuiszusters-Augustinessen van Lier, die het ombouwen voor de gemeenschap ‘De Brug’. De overgebleven zusters betrekken het huis van de vroegere rector.

3) Leuven in 1838
Het eerste kloostercomplex komt tot stand door het toedoen van Kanunnik David (wiens naam later aan het Davidsfonds werd toebedacht). In 1969 verlaten ze Leuven om een gebouwencomplex, opgetrokken door de Aalmoezeniers van de Arbeid, en 4 km. van het Leuvense centrum verwijderd te betrekken. Hun dertig jarig verblijf gedenken ze door de uitgave van een brochure: "De clarissen in Groot Leuven".

4) Ieper in 1840-1989
Gelegen in het oorlogsgebied begint in 1914 voor deze communiteit een echte odyssee: een rondtrekken in Frankrijk... waaruit ze pas in 1919 terugkeren! In 1926 is de heropbouw voltooid. In 1970 verkopen ze hun klooster aan de Zusters van de H.Familie, die er een bejaardentehuis inrichten.

5) Kortrijk in 1843-1978
Spoedig wonen ze er in de voormalige Groeningenabdij (een Cisterciënzerinnenklooster). Tijdens de Eerste Wereldoorlog betreurt men er één zuster, slachtoffer door een bominslag. In 1978 verlaat de communiteit de stad om haar intrek te nemen bij de clarissen van Roeselare. Aan de basis liggen de stadsprojecten om het Groeningenkwartier terug in te richten.

6) Brussel in 1843
Een nieuw klooster wordt gebouwd in de Kapucijnenstraat. Een contemplatieve gemeenschap in hartje Brussel, dichtbij de Marollen! Toen ze in 1963 bedreigd werden door de urbanisatieplannen van de stad verhuizen ze naar Loonbeek, een Vlaams dorp enkele kilometers ten zuiden van Leuven.
Een groot deel van het klooster wordt enkele jaren geleden verkocht aan de O.C.M.W. van het dorp.

7) Oostende in 1862
Dit klooster is vooral bekend om zijn architectuur gerealiseerd door de Oostendse architect Paul Felix: een typisch voorbeeld van de nieuwe richting in de religieuze bouwkunst rond het midden van de XXste eeuw.

8) Nieuwpoort in 1876-1996
In 1877 starten ze met een meisjesschool, die steeds verder uitgroeit en pas in 1955 wordt overgedragen aan Zusters van Ingelmunster. In de Eerste Wereldoorlog wordt nochtans het hele complex volledig vernietigd. Pas in 1926 kan men met de wederopbouw beginnen. In 1987 richt de abdis een onthaalcentrum in dat ze enkele jaren later omvormt tot hotel "Het Clarenhof". De abdis wordt door het bisdom ontzet uit haar ambt. In 1995 gaat dit hotel failliet en wordt openbaar verkocht. In 1996 wordt het klooster officieel opgeheven.

9) Eeklo in 1893-2003
Hier wordt een kleuterschool opgericht die in 1947 door lekenpersoneel wordt overgenomen en in 1982 definitief wordt afgeschaft. In 1993 viert het klooster zijn honderdjarig bestaan en geeft één door de historici geprezen monografie uit: "Een leven achter kloostermuren...100 jaar Arme Klaren in Eeklo". Eind 2003 sluiten de negen nog levende zusters zich aan bij het clarissenklooster van Boom.

Al deze clarissenkloosters behoorden tot de Coletinentak en werden in heel wat Vlaamse steden met ‘Coletientjes" aangeduid - officieel luidde het "Clarissen-Coletinen". Na Vaticanum II worden voor alle clarissen over heel de wereld Algemene Constituties uitgevaardigd. De Vlaamse kloosters hebben van bij hun ontstaan de Regel van de H.Clara (de Eerste) onderhouden en volgen nu bijna unaniem (behalve Tongeren) voornoemde Constituties. De bijvoeging ‘Coletinen’ wordt weggelaten, ze worden eenvoudig met "Clarissen" aangeduid.

Bijna al deze klooster hebben een eigen homepage op de website. Bij Adressen kunt u meer eigentijdse informatie over deze kloosters ontvangen.