De Heer is de Levende in uw midden!

Spiritualiteit betekent: de spirit van waaruit je leeft, de begeestering of bezieling die je doen en laten bepaalt. Leven volgens de spiritualiteit van de H. Franciscus en Clara van Assisi betekent dat je je laat bezielen door de spirit die hen begeesterde om zo enthousiast en blij in het leven te staan als zij. In deze rubriek willen wij je iets laten proeven van de spiritualiteit van Franciscus of Clara. Onderaan deze pagina vind je links naar een aantal van hun geschriften, en ook iets over de typische kenmerken van de franciscaanse spiritualiteit. Maar eerst iets over één van de kernpunten van de spirit van Clara en haar zusters. 

 

Enkele kenmerken van Clara's inspiratie

  

 © Geroen De Bruycker

 

Samen met mijn zusters...

Clara van Assisi had zo haar eigen opvattingen over religieus leven, over franciscaans leven en gemeenschapsleven. Niet alleen opvattingen, maar de diepe overtuigingen die wars stonden tegenover de gangbare vormen van religieus leven in haar tijd en cultuur. Wat echt in het oog springt als je haar geschriften leest, is de voortdurende herhaling: 'samen met mijn zusters'. In Clara's visie van leven in gemeenschap, die ze deelt met Franciscus, is het onmogelijk dat de overste van een gemeenschap op een of andere manier boven de andere zusters of broeders zou staan, of op eigen initiatief iets zou beslissen, of zich een of ander voorrecht t.o.v. van de andere zou permitteren. Iets wat in de middeleeuwen thans als 'passend' werd beschouwd en als feit werd aangenomen. Het was gewoon zo dat je als overste een belangrijke functie bekleedde, dat je zelfs vaak grootgrondbezitter was van landerijen en lijfeigenen in dienst had, en dat je een voorkeursbehandeling kreeg t.o.v. je medezusters en broeders. Misschien dat Franciscus en Clara er zo op hameren, dat het in gemeenschappen van minderbroeders en clarissen niet het geval mag zijn. Wij zijn allen zusters en broeders van elkaar, zeggen ze. Daarom kan een overste niks in haar eentje beslissen zonder heel de gemeenschap te horen. Mooi toch: 'samen met mijn zusters'.

Als je dit wil actualiseren, dan zijn er ook in onze cultuur en maatschappij voorbeelden in overvloed waarin mensen die denken toch wel meer te zijn dan anderen, zich voorrechten toeëigenen of misbruik maken van hun macht of positie. Het is des mensen, en van alle tijden. Clara wilde maar één enkel voorrecht hebben, het voorrecht om zonder voorrechten te mogen leven. En zo belanden we bij het volgende kenmerk van haar inspiratie.

 

Leven in armoede 

Armoede is een kwaad in onze wereld. Wie zei het ooit? Zo lang er één kind sterft van honger, hebben wij het recht niet grenzeloos gelukkig te zijn. Toch is leven in armoede een kenmerk van Clara’s inspiratie en intuïtie als de keuze te leven in voortdurende onzekerheid. Clara koos bewust voor een armoedebeleving waarin het vertrouwen in de Heer 'die erin zal voorzien', centraal staat. Kardinalen, bisschoppen en pausen maken zich erg ongerust en terecht, want hoe is het concreet mogelijk om iedere dag genoeg voedsel te voorzien voor 50 jonge vrouwen, als je geen enkele vorm van inkomen hebt. Clara houdt echter voet bij stuk. Zij gelooft gewoon dat dit mogelijk is, dat mensen in hun omgeving altijd iets voor de zusters zullen overhouden, genoeg om van te leven. Door het privilege van de armoede aan te vragen (dat is een schriftelijk document waarin staat dat niemand haar en haar zusters kan verplichtingen bezittingen aan te nemen) stelt zij dit leven in grote onzekerheid veilig, hoe paradoxaal dit ook klinkt!

In deze keuze is Clara consequent en ook wel radicaal voor zichzelf, maar met veel ruimte voor anderen. Ze kan haar eigen inspiratie beleven zonder haar zusters dezelfde radicaliteit op te leggen die zij verkiest. In haar regel laat ze altijd ruimte voor het oordeel van de abdis en voor de concrete omstandigheden, voor zieke zusters en zwakkeren die een al te strikte armelijke levensstijl niet aankunnen. Ze blijft trouw aan haar diepste inspiratie maar stelt nooit: gelijke zusters, gelijke kappen’. Ieder mag haar nood kenbaar maken en ieder zal krijgen wat zij echt nodig heeft. En ook daarin leert Clara uit haar levenservaring en beleeft zij haar roeping als een geschenk, niet als een soort “geestelijk bezit”. Clara kon zichzelf relativeren. In haar regel is zij “tegelijk precies en soepel, stipt en fris.” 

Clara weet de omstandigheden en bepalingen die haar eerder door regel van Hugolinus werden opgelegd zodanig te integreren in haar roeping, dat zij vb. de clausuur of slotbeleving (die oorspronkelijk toch meer bedoeld was om de mannen buiten te houden dan om de vrouwen binnen te houden) als een echt hulpmiddel ervaart in haar contemplatieve levenswijze, een beproefd hulpmiddel om een biddend leven te kunnen leiden. Zij groeit en helpt haar zusters groeien naar een innerlijke slotbeleving van het hart. Ook dat is een wezenlijk aspect van Clara’s diepste inspiratie. Zij bezit dus de kunst om bepalingen die eerder uit praktische overwegingen of omstandigheden ontstaan te “verinnerlijken”. Daarom is een “nuttige, redelijke, duidelijke en gegronde reden die steunt op de eigen verantwoordelijkheid van de zusters” voor haar voldoende om het klooster tijdelijk te verlaten.  

Zo beleefde Clara ook de armoede. Al is deze in haar tijd en cultuur eerder het “noodlot” van zusters die een beschouwend leven in gemeenschap willen leiden zonder landerijen te bezitten, omdat zij geen enkele vorm inkomsten hadden en afhankelijk werden van wat de mensen hun brachten. Ok dit gegeven weet Clara om te vormen tot een heel bewuste keuze. “Wij waren wel broos en zwak naar het lichaam” zegt ze “en toch hebben wij geen enkele ontbering, armoede, arbeid, verdrukking of onbeduidendheid, noch verachting van de wereld afgewezen, maar die juist zeer aantrekkelijk geacht.” En Franciscus zag dit en was er verheugd om. Zo kan voor Clara elke uiterlijke omstandigheid bijdragen tot een innerlijk leven vanuit en “omwille van die liefde die God is.” Die “vrijheid” is treffend en ze leert ons dat er altijd toekomst mogelijk is, hoe de uiterlijke omstandigheden ook zijn.

De grote bekommernis van kardinaal Hugolinus (later paus Gregorius) dat de zusters op die manier wel eens van honger konden sterven, was terecht. Toch laat hij zich ook raken door Clara’s inspiratie. Hij doet al het mogelijke om Clara en haar zusters en ook de andere zusters die naar hun voorbeeld wilden leven in andere streken, ruimte te geven zodat zij hun roeping binnen de kerk konden beleven, wat in die tijd helemaal niet evident was. Hij spreekt met liefde over “zijn zusters” en draagt oprecht zorg voor hen. Hij schrijft zelfs een regel voor de zusters, zij het dan wat streng en stroef, maar toch ook rekening houdend met hoe zij wilden leven. Hij hoort Clara. Hij weet zich verantwoordelijk voor haar en haar zusters en ook voor de vele zusters elders. En volgens de wens van Franciscus en Clara draagt hij de minderbroeders op zorg te dragen voor hun zusters. Dit wekt echter veel tegenstand op bij de broeders! Ze moeten zelf al bedelen om aan eten te geraken, en dan krijgen ze er nog een gemeenschap van 50 zusters bij die ze van eten moeten voorzien, met wie ze liturgie vieren en biecht horen.

Vooral voor de zusters die niet in het klooster van San Damiano wonen, ligt dit heel moeilijk. Toch zoeken ook zij oprecht zoeken naar een levenswijze die aansluit bij Clara’s inspiratie omdat ze deze erkennen als door de Heer zelf gegeven, nog lang vóór Clara een regel schreef die officieel door de kerk werd goedgekeurd. Ook zij weten zich door Hem geroepen en zoeken naar een vaste levensvorm. Ondanks alle gevaren en een leven in extreme armoede, waarin alles onzeker was, houden zij stand en doen door. De bepalingen en regels die hen opgelegd werden, veranderden dikwijls van vorm en inhoud of praktische consequenties. Toch “vechten” zij om hun roeping binnen de kerk te mogen beleven. De voormalige koningsdochter Agnes van Bohemen doet al het mogelijk om dit te bekomen en ook voor anderen mogelijk te maken. Samen met Clara schrijft zij een regel voor de zusters die echter wordt afgewezen.

En dan waren er nog de jonge vrouwen die ook zo wilden leven maar voor wie nergens geen plaats meer was in de snel groeiende kloosters van de middeleeuwen. Zij worden “zwerfclarissen” genoemd omdat hen niets anders overbleef dan rond te trekken om aan voldoende voedsel te komen. Als men in kloosters al een clausuur nodig had om wat veiligheid te garanderen, dan zal  het voor die rondtrekkende vrouwen zéker niet evident geweest zijn wat zij deden. Toch zochten ook zij franciscaans te leven en lieten zij zich niet van de wijs brengen omdat er of voor hen geen plaats meer is in een klooster, of omdat ze officieel niet zoals de “minderbroeders” konden leven.

Al deze vrouwen, Clara en haar zusters, dat waren nog eens vrouwen met pit! In deze tijd hoeven zij in onze cultuur en maatschappij niet meer te bedelen, of rond te zwerven. De armoede van onze tijd is dat wij met hele hele kleine groepjes zusters leven, maar daarom niet minder enthousiast onze roeping te leven en de uitdagingen van deze tijd aan te gaan. 


  


Enkele kenmerken van de franciscaanse spirit

 

 

Voluit Léven

Spiritualiteit of om het eenvoudiger te zeggen: ‘spirit’, daarin zit iets van ‘geestkracht’, fut, pit en lef! ‘Franciscaans’ betekent: naar het levensmodel van Franciscus van Assisi. Je vindt meer over hem in een andere rubriek op deze website en zoals je daar kan lezen, was Franciscus een jonge man met veel lef! Als zoon van een rijke lakenhandelaar genoot hij van een luilekker leventje waarin één van zijn prioriteiten was: fuiven en feestvieren met vrienden die nog rijker waren dan hij en die toch graag van zijn goedgeefsheid profiteerden. Franciscus wilde erbij horen. Al behoorde hij van thuis uit niet tot de adellijke stand, hij deed wat zijn vrienden betrof alles om er toch maar bij te horen. Zijn vader gaf hem veel geld opdat hij met zijn vrienden veel kon feestvieren en daar maakte Franciscus gretig en kwistig gebruik van. Tot hij op een dag geconfronteerd werd met iemand die het met veel minder plezier en aandacht moest stellen: een melaatse. Iemand die er helemaal niet meer kon bijhoren omwille van een besmettelijke ziekte. Spontaan walgde Franciscus van hem en keerde zich van hem af. Later beschrijft hij die ontmoeting juist als het ‘keerpunt’ in zijn leven waarin alles op zijn kop werd gezet. Zijn leventje in een zalige roes van uitgaan en fuiven en zijn droom om ridder te worden, die hij een paar keer probeerde waar te maken, werden letterlijk doorkruist door iemand die geen enkele kans meer had om er nog ooit bij te horen.

Deze melaatse riep vragen in Franciscus op. Wat is er op dat moment in zijn hart omgegaan? Heeft hij in deze man iets herkend van zijn eigen eenzaamheid, van zijn hunker om er bij te horen? In diezelfde periode kwam hij in een diepe crisis terecht waarin hij op zoek ging naar zijn diepste identiteit. Daar werd Franciscus geconfronteerd met zijn eigen innerlijke armoede, al was hij uiterlijk een welgesteld man. Iets in hem begon langzaam maar zeker te vernaderen. Een uiting daarvan was, dat hij alles begon weg te geven wat hij had, geld, zijn dure kleding, de uitrusting die zijn vader voor hem kocht om mee te trekken in de kruistochten. Hij gaf het allemaal weg aan mensen die het met minder moesten doen. Zijn vader ergerde zich daarom mateloos aan Franciscus want hij had er immers hard voor gewerkt. Toch bleef Franciscus kwistig uitdelen, nu niet meer aan zijn rijke vrienden, maar aan de armen. Uiteindelijk leidde dit tot een breuk met zijn vader…

Voortaan zwierf Franciscus zelf rond als een ‘schooier’ op zoek naar wie hij was en wat zijn reden was van bestaan. Die zoektocht duurde jarenlang. Hij zwierf doorheen de bossen, de grotten, de afgelegen plekken en deed gaandeweg de ervaring op dat een mens weinig nodig heeft om echt en intens gelukkig te zijn, althans weinig materiële dingen…Precies in die crisis, die zoektocht, werd de franciscaanse spirit geboren, en doorheen de jaren kreeg die een eigen gelaat.

Franciscus liet alle druk varen om aan zijn eigen verwachtingen en die van anderen te beantwoorden. Hij ging voluit leven, trok rond, ging bouwvallige kapelletjes herstellen en wekte zo de nieuwsgierigheid van zijn vrienden, die tot hun grote verbazing zagen dat Franciscus gelukkig was, zonder huis, zonder thuis, zonder geld. Ze hielpen hem bij het werk, bezorgden hem de nodige grondstoffen, en ontdekten gaandeweg de vrijheid van een leven dat niet meer gebonden was aan comfort en niet meer moest beantwoorden aan de druk om ‘erbij te horen’. Deze levensstijl trok hen zo sterk aan, dat ze net zo wilden leven als Franciscus. Daarom verkochten ze hun bezittingen, gaven ze aan de armen, en gingen hem achterna. Hoe ze concreet wilden leven, moesten ze samen nog verder uitzoeken. Maar in een mum van tijd waren ze met een heel groepje broeders, ‘schooiers’ zo werden ze aanvankelijk door de mensen van Assisi uitgescholden, zeker als ze bij hen gingen bedelen om een stuk brood. Of op de markt stonden het evangelie te vertellen en uitbeelden aan de vele mensen in die tijd, die het niet konden lezen. Daar moet Clara hen ontmoet en gehoord hebben. Ook over haar vind je op deze website meer info.

Clara was een vrouw, en voor vrouwen was het in die tijd hoogst onveilig om zomaar rond te trekken en aan de mensen het evangelie te vertellen, zoals de broeders dat deden. Daarom ging Clara in een kloostertje in San Damiano wonen, en in een mum van tijd, volgden ook haar vriendinnen haar nieuwe levensstijl. Wat was daar zo speciaal aan? Het was in ieder geval heel anders dan het leven in de ‘kloosters’ en de abdijen die zij kenden, daar leven was enkel bestemd voor de zonen en dochters van de rijkste klasse, omdat men al bij de intrede verondersteld werden grondbezittingen aan het klooster te schenken in ruim voor hun levensonderhoud. Dat willen Franciscus en Clara nu precies niet. Bij hen is iedereen welkom, rijk of arm, maar niemand hoeft iets te schenken, integendeel, je komt best met lege handen! Daaraan is de franciscaanse spirit te herkennen. Het is een leven in eenvoud!

 

 Eenvoudig leven

Ja, eenvoudig leefden ze, met enkel het levensnoodzakelijke. Eenvoudig ook omdat ze heel veel hielden van hun manier van leven. Misschien is dat wel de kern van elke spirit: houden van wat je doet en je er met hart en ziel in gooien! In de levensbeschrijving van Franciscus en Clara, elders op deze website, kan je lezen naar welke eenvoudige leefregels uit het evangelie deze broeders en zusters hun leven richtten. En dat doen ze na 800 jaar nog steeds. Een paar typische accenten zijn nog:

 

 Vreugdevol leven

Blijheid kenmerkt franciscaanse mensen! Ze vormde vanaf het begin een uitdaging voor Franciscus en Clara en hun broeders en zusters. Hoe kan je nu gelukkig zijn en blij met een paar bij elkaar gebedelde boterhammen en een hut van takken om in te slapen?! Ja, het maakte hen blij vanbinnen omdat ze veel minder zorgen hadden om geld en goed, maar ook omdat er iemand in hen aanstekelijk werkte: de Geest van Jezus Christus. Zijn voorbeeld wilden zij volgen, Hem uitdragen naar de mensen, eenvoudig door te zeggen en mensen te laten voelen: God houdt ook van jou, precies zoals je bent! Zich zo bemind te weten, en daarvan te getuigen, maakte hen diep gelukkig vanbinnen, en dat voelen hun broeders en zusters nog steeds zo! Franciscaanse mensen zijn herkenbaar (of zouden dat toch moeten zijn) aan hun innerlijke vreugde!

 

In vrijheid leven

Vanuit de ontdekking dat zij hun leven(wijze) als een kostbaar geschenk ontvangen hadden, groeide in Franciscus en Clara gaandeweg het verlangen intenser te gaan leven, vrijuit te gaan leven, en niet iets,  maar alles ervoor te geven. Gaandeweg hebben zij ervaren, dat het streven naar rijkdom en bezit een mens kan verhinderen thuis te komen bij zichzelf en bij wat de moeite waard is in het leven om van te genieten. Zij ontdekten een andere rijkdom: de rijkdom van de armoede. En ze maakten zichzelf vrij van alles wat hen kon verhinderen die rijkdom tot op de bodem te ervaren.

 

In armoede leven

Franciscus en Clara hebben het in hun geschriften heel vaak over ‘armoede’. Er bestaat zelfs een verhaal, dat later op straat gespeeld werd als een soort theater, over ‘Het verbond van Franciscus met vrouwe armoede’. Daarin wordt verteld hoe eenzaam de Armoede (die verpersoonlijkt wordt in een vrouw) zich voelt omdat niemand haar wil hebben. Franciscus en zijn broeders zoeken haar op en sluiten een verbond met haar. Als zij hen vraagt hun klooster eens te mogen zien, nemen ze haar mee op een berg en zeggen: kijk, naar de uitgestrektheid van dit landschap, dit, vrouwe Armoede, is ons klooster, en zij was helemaal opgetogen over hen. Het is slechts een verhaal maar het geeft goed weer wat Franciscus en Clara met armoede bedoelen.

 

Zorgzaam omgaan met de schepping

Een thema dat hoogst actueel is in deze tijd, al hadden Franciscus en Clara het daar al 8 eeuwen geleden over. Zij maakten hun medebroeders en –zusters er op attent hoe kostbaar drinkbaar water is. Franciscus noemde haar ‘onze zuster’ in zijn zonnelied. Hij stelt het water tot voorbeeld van zijn broeders: zo helder en doorzichtig en zuiver moeten ze zien te worden.

Zorgzaam omgaan met de schepping, ook met wat de Heer je geeft, daarover vind je ook iets in het lied dat Franciscus voor Clara en haar zusters componeerde. Kijk maar in de rubriek ‘Audite Poverelle’. Luister kleine armen. Het betekent dat je met aandacht omgaat met alles wat je in handen neemt, met het leven om je heen, en leert van de planten, bv. hoe zij op één plaats groeien en bloeien en toch altijd tevreden zijn.

 


Zonder zekerheden leven

Een leven in armoede betekent ook dat je durft te leven zonder zekerheden, zonder de waarborg dat je veilig op het droge zit voor langere tijd. Het is dag na dag leren vertrouwen dat er voor vandaag genoeg zal zijn om van te leven. Het doet denken aan het Bijbelverhaal dat je vindt in het boek Numeri 11 over de Israëlieten die tegen God morden dat zij niets te eten hadden. God liet het manna regenen, een soort voedzame korrels die smaakten naar honing. Ieder morgen mochten de mensen van het manna verzamelen, maar slechts zoveel zij nodig hadden voor één dag. Alles wat ze teveel meenamen was de volgende dag bedorven.


Leven zonder zekerheden kan wel eens onzekerheid in je teweeg brengen, vooral als je bedenkt dat heel onze maatschappij erop ingesteld is dat mensen zich goed voorzien, ook voor hun oude dag, wordt wel eens gezegd. Het is echt geloven en vertrouwen dat daarin voorzien zal worden. Zeker moet een mens werken om in zijn onderhoud te voorzien, zusters Clarissen en minderbroeders evenzeer. Toch werken zij niet om veel te kunnen sparen, maar om nu te kunnen leven en andere mensen die het minder goed hebben, die op de vlucht zijn, asiel zoeken, of werkloos zijn, te helpen overleven. Als ik ook maar iets heb, zei Franciscus, dan heb ik meteen ook middelen nodig om dat iets tegenover medemensen te verdedigen en te bewaken. Dat was één van de redenen waarom hij liever niks had, het gaf hem een grote vrijheid. Leven zonder de zekerheid morgen al dan niet brood op tafel te hebben, schept na verloop van tijd vrijheid en ruimte in je hart omdat je werkelijk mag ervaren dat er morgen weer genoeg zal zijn.


De wereld staat wat dat betreft helemaal op z’n kop. Mensen die in gebieden wonen waar rijke grondstoffen te vinden zijn, behoren tot de meest arme en uitgebuite mensen in de wereld, die omkomen van honger. Waarom? Omdat wij in ons rijke Westen alles opsouperen. Franciscus en Clara dagen ons uit om meer en meer te gaan leven zonder al te veel zekerheden op te potten, want het kan je leven niet ‘veilig stellen’. Ze dagen ons uit om te kijken en datgene te nemen en te verbruiken wat we echt nodig hebben om te leven, nu, vandaag. Morgen is weer een nieuwe dag. Kijk naar de vogels in de lucht zegt Jezus van Nazareth: (iets dat Franciscus heel veel gedaan heeft). Zij verzamelen niet in schuren. Toch vinden ze elke dag wat ze nodig hebben. Als we de moed hadden zo te leven in onze eigen omgeving verandert er al iets, al is het nog zo klein. Toch maken wij het verschil, hier en nu!  

 

Zonder voorrang leven

Franciscus en Clara wilden broeder en zuster zijn van alle mensen. In hun zoektocht om dit verlangen concreet gestalte te geven, gingen zij anders kijken naar de werkelijkheid om zich heen, naar de mensen, de dieren, de natuur. Zij vermoedden in hen de aanwezigheid van Hem die alles geschapen heeft, van een God die zich zo ontzettend klein maakt dat wij Hem met gemak voorbij lopen zonder zijn aanwezigheid op te merken. Of wij ze opmerken of niet. God is aanwezig in alles wat leeft, in jou, in mij, in iedere mens die je ontmoet, in elk levend wezen. Met andere woorden: hij maakt het centrum, de kern uit van elk levend wezen.

Wij zijn sterk geneigd, onszelf in het middelpunt van de wereld, onze wereld te plaatsen. Dat zit zo diep in ons ingebakken dat kleine kinderen al heel snel vechten voor de plaats die hen in hun ogen toekomt: de eerste te zijn. Van Franciscus van Assisi staat een mooi verhaal geschreven, dat hij zo graag de laatste plaats wilde innemen, maar toen bedacht hij, dat iemand die al vóór Hem ingenomen had en dat was Jezus van Nazareth, God zelf. Hoewel Hij stil en verborgen in ieder schepsel aanwezig is, stelt Hij zichzelf niet in het midden. Hij laat de mens voorgaan, en acht de vrijheid van iedere mens hoger dan zichzelf. Hij neemt het risico verworpen te worden, voorbijgelopen, bespot, of wat nog erger is: gewoon genegeerd, ook door mensen die in zijn aanwezigheid geloven. Die het goed menen en Hem toch niet herkennen in het leven van iedere dag.

Franciscus en Clara ontwikkelen in hun leven een spirit, een cultuur van: anderen eerst. Ze geven voorrang aan de ander, concreet aan hun broeders en zusters. In een gemeenschap van Clarissen zit een abdis bv. niet op de voornaamste plaats in de refter of elders, maar op de laatste plaats. Zij die de gemeenschap voorgaat heeft, zoals een moeder doet voor haar kinderen, bij uitstek de taak om haar zusters te laten voorgaan. Franciscus wilde niet dat zijn broeders kerkelijke of maatschappelijke ambten of posities innamen waaraan privileges verbonden waren.

Heel vaak stuiten wij in het leven van alle dag op situaties waarin we de keuze hebben, zelf voor te glippen of anderen te laten voorgaan, moeten we wachten, aan de kassa, in de wachtzaal van dokter of tandarts, enz. ‘Wachten is de lange kant van de liefde’ schreef Frans Weerts ooit, en zo is het. Maar precies in dat wachten worden wij nieuwe mensen en wordt het middelpunt verlegd, uit onszelf weg, in de andere, de broeder en zuster rondom ons.  Leren buigen, zegt R. Guardini. En buigen voor wat groter is, is geen nederigheid, zegt hij, dat is gewoon eerlijkheid, zegt, maar buigen voor het kleine en onaanzienlijke in elkaar, en dat voorrang geven in ons leven...

 

Spiegelend leven

In de spiegel kijken deed Clara heel veel, hoewel ze geen spiegel had, een heel kostbaar bezit in haar tijd. Zij spiegelt zich echter in het leven van Jezus, vanaf zijn geboorte in de kribbe tot zijn dood aan het kruis. Je spiegelen in Christus, het brengt een voortdurende oproep tot bekering in je hart teweeg. En een mens kan dit niet uit zichzelf, daarom zeggen Franciscus en Clara, waar je op de eerste plaats en vooral moet naar streven is de Geest van de Heer te bezitten en zijn heilige werking. Hij zal je hart omvormen en je in staat stellen om Gods liefde daadwerkelijk uit te dragen. Aanvaard daarom zijn werking in je leven!

 

Besloten en waakzaam leven

Het leven in beslotenheid is een typisch kenmerk van de franciscaanse spirit. Clara en haar zusters doen het letterlijk door op één plek te blijven. Het leven in beslotenheid is echter nooit een doel op zich, maar een hulpmiddel om als claris te leven. Het heeft ook geen enkel nut op zich. Je kan onze levenswijze niet denken in termen van efficiëntie. Bidden verandert ook niet de wereld, maar verandert het hart van de mens die bidt. “Bid en waak altijd” zegt de H. Clara. Dit waakzaam zijn is precies leren om anders te willen kijken naar de mensen rondom je, om de werkelijkheid a.h.w. te zien zoals ze door God bedoeld is. Maar ook de broeders van Franciscus zijn, hoewel ze veel rondtrekken om overal aan de mensen het evangelie te vertellen, toch geroepen om in een zekere ‘beslotenheid’ te leven. ‘Je kan van je hart een kluis maken’ zegt Franciscus. In die kluis kan je je op ieder moment, zelfs in de drukste stad, terug trekken om bij de Heer te vertoeven. Dat is de eigenlijke zin en betekenis van een leven in beslotenheid. “Onze verborgenheid moet Hem aan het licht brengen. Ons zwijgen moet van Hem spreken, ons leven getuigen van zijn sterven en ons sterven van het feit dat Hij leeft” (Cf. Pol Swinnen).

 

Conclusie

In een tijd die zoveel aandacht besteedt aan zelfontplooiing, hebben Franciscus en Clara een wezenlijke boodschap voor ieder van ons. Weet jij je erdoor aangesproken? Dan weten wij ons met jou verbonden om ons met vallen en opstaan de spirit van Franciscus en Clara verder eigen te maken en dit in intense vreugde en dankbaarheid, die de pijn niet uit de weg gaat… en die mogen we uitstralen naar de mensen die we ontmoeten. Zij mogen gerust zien dat wij ons door bemind weten! Of om het met Clara’s laatste woorden te zeggen: “Ik dank U, Heer, dat Gij mij geschapen hebt”! Dit mogen ook wij zeggen, “Dank, Heer, omdat wij zo mogen leven, het is de moeite waard!”