Vrede en alle goeds!

Wie was Clara van Assisi ?

 

Icoon van de H. Clara
in de refter van de zrs Clarissen te Münster 

 



Ouderlijk huis

Op het einde van de twaalfde eeuw, in 1193, werd Clara Favarone di Offreduccio in een adellijke familie te Assisi (Noord-Italië) geboren. De naam Clara betekent: de stralende, de lichtende. Zij was de oudste dochter en had nog twee zussen: Catharina en Beatrice. Haar vader, één van de vijf ridders uit de familie Offreduccio, was bijna nooit thuis. Haar oom Monaldo vertegenwoordigde het gezag in de familie. De moeder van Clara, Ortolana, was een sterke vrouw. Van haar weten we dat ze op bedevaart ging naar het Heilig Land, naar de graven van de apostelen in Rome en naar het heiligdom van de heilige Michaël in Apulië. Deze pelgrimstochten getuigen zeker van haar ondernemingszin en later zal blijken dat die ook Clara niet vreemd is.


 Zoals alle adellijke meisjes, genoot Clara een degelijke opleiding. Ze leerde lezen en schrijven, beheerste goed het Latijn, leerde een huishouden organiseren en ook spinnen, weven en borduren. Ze wist, hoe ze kon omgaan met mensen uit de hoogste kringen. Als kind en jong meisje was Clara zeer minzaam en fijngevoelig voor de nood van anderen. Ze deelde voedsel uit aan de armen en had aandacht voor de zieken. Ze bad veel en vastte streng. Voor haar was het duidelijk dat ze zich niet zou laten uithuwelijken. Ze koos voor een leven toegewijd aan God.


 Clara en Franciscus

Al vrij vroeg werd Clara geconfronteerd met de kwetsbaarheid van het leven. Toen ze amper vijf jaar was, moest ze met haar familie vluchten uit Assisi. In 1198 verjoeg de opkomende burgerij de adel uit de stad. In 1205 keerden de familie van Clara naar Assisi terug. De stadsadel had veel invloed verloren. Clara had thuis over deze spanningen gehoord. De ervaring van wat oorlog is en verbanning, tekende haar verder leven.

 In deze oorlog werd Franciscus Bernardone gevangen genomen. Gevangenschap en ziekte veranderden heel zijn leven. Hij doorprikte alle streven naar eer en macht en koos radicaal om God te dienen. Hij brak met zijn vader. Wellicht was Clara getuige van het proces tussen Franciscus en zijn vader voor de bisschop van Assisi. Dit proces speelde zich af voor haar ouderlijk huis. Vanaf nu koos Franciscus voor een evangelisch leven zonder bezit. Op een dag hoorde Clara Franciscus preken voor het volk. De vurigheid, waarmee hij de mensen opriep om het evangelie van Jezus Christus te beleven, stak haar aan. Ze wilde hem ontmoeten. Maar hoe? Haar familie mocht er niets van weten. Contact met die zoon van Petrus Bernadone die met een stel andere mannen als dagloners tussen het straatvolk leefden en dikwijls naar de melaatsen gingen, was voor een meisje uit de adellijke stand ongepast. Het was al erg genoeg dat Rufinus, een neef van Clara, één van Franciscus’ eerste volgelingen was. Hebben Clara en Franciscus elkaar via Rufinus in het geheim ontmoet? Clara wist in elk geval dat ze Franciscus in zijn levenswijze wilde volgen. In de nacht van Palmzondag, 27 maart 1211, vluchtte ze thuis weg en werd ze door Franciscus en zijn broeders als eerste vrouw in de orde opgenomen. Franciscus bracht haar voorlopig onder bij de Benedictinessen van San Paolo delle Abbadesse. Later bracht hij haar naar de Arme Vrouwen van Sant’Angelo di Panzo. Daar voegde Clara’s zus, Catharina, zich bij haar. De familie wilde hun dochters terughalen. Ondanks meerdere gewelddadige pogingen lukte dat niet.


San Damiano

Na deze omzwervingen namen de twee zussen met een vriendin die zich bij hen had gevoegd in april 1211 hun intrek bij de kerk van San Damiano. Heel haar verdere haar leven, gedurende ruim 40 jaar, zou Clara in het klooster van San Damiano blijven wonen. Spoedig sloten zich nog meer vrouwen aan. In 1238 telde de gemeenschap 50 zusters. Het dagelijks leven van de zusters was heel eenvoudig. Handenarbeid in stilte werd regelmatig onderbroken om te bidden.


In de levensvorm van Clara, haar testament, zegen en vier brieven, vind je een neerslag van haar spiritualiteit. Het beleven van de armoede en de band met de minderbroeders waren wezenlijk voor Clara. In 1215 hield de kerk het vierde Lateraans Concilie. Daarin werd bepaald dat alle nieuwe religieuze bewegingen één van de goedgekeurde orderegels moesten aannemen. In geen enkele van die regels herkende Clara echter haar levensproject. Daarom deed ze rechtstreeks beroep op de paus en vroeg ze hem haar een ‘privilege van de armoede’ te verlenen. Dit privilege moest San Damiano beschermen, zodat niemand de zusters kon dwingen eigendom aan te nemen. Clara’s motivatie daartoe was dat zij en haar zusters als arme zusters de arme Christus wilde navolgen. Later, in 1228, toen paus Gregorius IX haar wil overhalen om toch bezittingen aan te nemen, was Clara heel duidelijk. Op het aanbod van de paus die benadrukte: ‘Als gij bang zijt vanwege uw geloften, ontslaan wij u daarvan’, antwoordde Clara: ‘Heilige Vader, ik verlang op geen enkele wijze ooit van de navolging van Christus ontslagen te worden.’ Ze vroeg de paus om het ‘privilege van de armoede’. Hij gaf het. Het document wordt bewaard in het Protomonasterium van de clarissen te Assisi.

 

Clara was nu weer gerust, maar niet voor lang. Kardinaal Hugolinus die als taak had ook andere zusters van de nieuwe kloosters te beschermen, wilde toch dat zij bezittingen aanvaardde, omdat hij bezorgd was dat de zusters anders zouden omkomen van de honger. De broeders gingen wel voor hen bedelen, maar zou dat voldoende zijn om alle zusters van voldoende voedsel te voorzien? Clara en haar zusters vertrouwde heel sterk op de Heer. Zij geloofde dat Hij wel voor hen zou zorgen en weigerde daarom elke vorm van bezit. Zij en haar zusters hebben harde jaren gekend, getekend door ziekte, en vooral door pijn om de miskenning van hun levensvorm. Haar hele leven bleef Clara echter met grote vasthoudendheid ijveren om  haar levensvorm erkend te krijgen en zo te mogen leven binnen de Kerk. 


Clara kreeg op het einde van haar leven, als eerste vrouw in de geschiedenis, de Levensvorm van de Arme Zusters, die zij samen met haar zusters had samengesteld, goedgekeurd. Op 16 september 1252 verkreeg ze de goedkeuring van de kardinaal-protector1 Rainaldus. Toen paus Innocentius IV Clara op haar sterfbed kwam bezoeken, verzocht ze ook hem de goedkeuring van haar Levensvorm nog eens persoonlijk te bevestigen. De paus bevestigde deze op 9 augustus 1253, twee dagen vóór haar dood. Nu wist Clara dat de toekomst voor de Arme Vrouwen veilig was en kon ze in vrede sterven. Haar laatste woorden waren: ‘Gij Heer die mij geschapen hebt, wees gezegend.’

 

Nalatenschap

Clara heeft een aantal Geschriften nagelaten. Naast de genoemde Levensvorm, schreef ze een Testament en Zegen als geestelijke nalatenschap voor al haar zusters. Vanaf 1234 tot 1253 correspondeerde zij met prinses Agnes van Bohemen die te  Praag een klooster gesticht heeft van Arme Vrouwen. Van die correspondentie waarin Clara Agnes zusterlijk ondersteunde, zijn er vier brieven bewaard gebleven.


1 Een kardinaal-protector is een hoge kerkelijke functionaris die de paus bijstaat in het bestuur van de Kerk. ‘Protector’ betekent ‘beschermer’. Voor de Orde van de minderbroeders en voor Clara en haar zusters had de paus een kardinaal aangewezen om de snel groeiende Orde ondersteuning te bieden.


 

 Deze beelden van de H. Clara, samen met de verdiepingsteksten
van onze Nederlandse medezusters Clarissen
geven je meditatiestof over het leven en de spiritualiteit van de H. Clara